mrt 15
mobiliteitshub

Autoluw & Hubs: ‘Overheid, pak de regie’

Datum: 15 maart 2022

‘Hoe en waar zetten we succesvol een hub op?‘
‘We hebben een hub, maar hij wordt veel te weinig gebruikt’
Van Eindhoven tot Flevoland en van Leusden tot Noordwijk: voor de &MorgenLab editie van 10 maart reisden belangstellende ambtenaren uit het hele land naar hartje Utrecht. Daar zochten –en kregen- ze antwoord op hun vragen rond mobiliteitshubs van Labvoorzitter Bastiaan Bretveld en de rest van ons hubteam.

Wat is een hub ook alweer?

Volgens Google is een hub: ‘een fysieke schakel tussen ruimtelijke ontwikkeling en duurzame mobiliteit waarbij mobiliteit slim wordt verknoopt. Verschillende vervoersmogelijkheden, bij voorkeur duurzaam en gedeeld, komen er samen. Daarnaast is er ruimte voor ontmoetingen, verblijfskwaliteit en andere voorzieningen.’ Deze Google-definitie verandert regelmatig, en dat is ook logisch; de hub is in ontwikkeling. En het is een technische definitie, de betekenis van een hub verschilt per persoon. ‘Zo geeft het gebruik van een hub mij een gevoel van keuze en flexibiliteit’, vertelt Martijn Elting, expert in duurzame mobiliteit. ‘Ik heb geen stress over onderhoud, verzekering en financiering van een auto en het past in mijn beeld van een mooie en groene omgeving.’

Een hub draagt bij aan:

  • Een duurzaam vervoerssysteem waarbij duurzame bereikbaarheid, ruimtegebruik en leefbaarheid centraal staan.
  • De mobiliteitstransitie richting lopen, fietsen en OV.
  • Beleid om steden autoluwer te maken en versterkt de mogelijkheden voor OV en deelmobiliteit.

Wat je moet weten over hubs

Slimmer ruimtegebruik

‘De mobiliteit van de toekomst gaat over slimmer gebruik maken van de beschikbare ruimte. Een hub kan helpen om ruimte te winnen: deelvervoer kan eigen vervoer vervangen, een hub kan ruimte maken voor groen, voorzieningen bundelen, een laadpunt en opwekpunt voor energie zijn. Maar: de auto blijft een belangrijke rol spelen in onze mobiliteit, zeker in landelijk gebied’ waarschuwt hubexpert Rob de Vree. ‘Een hub is het niet het doel op zich, het is een middel. Hou goed voor ogen wat je ermee wil bereiken, maak het onderdeel van je omgevingsvisie.’

‘Een hub is geen doel maar een middel’

Overheid, pak de regie

De praktijk is weerbarstig, aldus Rob. Flankerend parkeerbeleid is bijvoorbeeld een noodzakelijke voorwaarde voor commerciële aanbieders om met hubs aan de gang te gaan. ‘De regisseursrol is cruciaal en moet je pakken als overheid, die kun je nu -nog- niet overlaten aan de markt. De regie pakken betekent echter niet dat je de hele hubfinanciering voor je rekening moet nemen.’

Experimenteer en leer

Bijna iedereen op het platteland pakt de auto. Is een hub daar kansloos? Niet als je kijkt naar de last mile. Zo zijn de Groningse P+R’s aan de stadsrand een succes. Met een onverwacht bij-effect: leegstand in de parkeergarages in de binnenstad waardoor de gemeente veel inkomsten misliep. Wees je bewust van risico’s, mogelijke gevolgen en hoe je die kunt opvangen. Daar heb je dan wel een bestuurder met wat lef voor nodig.

Een hub hoeft niet altijd heel groot of uitgebreid te zijn. Experimenteer op kleine schaal en leer daarvan. Met kleine lokale buurthubs met een deelauto en een paar deelfietsen doe je in 1 of 2 jaar al heel veel ervaring op die je kunt toepassen op grotere hubs.

Zo maak je hubgebruik gewoon

Naast omgeving, voorzieningen en beleid, is een vierde puzzelstuk cruciaal: menselijk gedrag, vertelt gedragsexpert Tanja van Kooten. ‘Waarom we doen we wat we doen, reizen zoals we doen, is heel complex. Het grootste deel van onze beslissingen nemen we onbewust, automatisch. Ons brein kiest het liefst de makkelijkste weg, de weg die we al kennen, dat scheelt weer denkkracht. Wil je dat mensen hubs gebruiken? Dan moet je dus óók inspelen op het onbewuste als je van hubgebruik een automatische gewoonte wil maken.’

‘Speel ook in op onbewust gedrag’

Vijf basisbehoeften

Dat doe je door in te spelen op de vijf basisbehoeften:

  1. Energiebehoud
    Het moet zo makkelijk mogelijk zijn, zo min mogelijk moeite kosten om een hub te gebruiken. Communiceer vooraf duidelijk hoe het werkt voor de reiziger. Werk samen met projectontwikkelaars in nieuwbouwwijken zodat mensen letterlijk niet om de hub heen kunnen op weg naar hun vervoer.
    Vanaf dag 1 moeten alle functionaliteiten van een hub aanwezig zijn. Laat mensen op verandermomenten (verhuizing, nieuwe baan) nadenken over alternatieven. Hoe we op dag 1 reizen is bepalend – dat wat werkt onthouden we en doen we opnieuw (want dit kost ons de volgende keer minder energie). Zo wordt het al snel een gewoonte die je lastig weer doorbreekt, ook als het juist gaat om ongewenst gedrag.
    Zwolle: ‘Gemiste kans dat we in nieuwbouwwijk Stadshage de auto teveel faciliteerden en te weinig alternatieven boden. Nu pakt een groot deel automatisch de auto.’
  2. Zekerheid
    We willen niet verrast worden (deelfietsen zijn op, de trein is te laat). We kiezen voor wat we kennen, ook al is dat de file. Door garanties te bieden, kun je inspelen op zekerheid. Vertraging? Ontvang een gratis kopje koffie. Dat maakt het wachten minder erg.
  3. Verbondenheid
    Ons gedrag moet passen bij onze sociale omgeving, bij wat de anderen om ons heen doen. We willen niet afwijken. Gebruik die sociale druk: zoveel procent van jouw collega’s/ van je buren gebruikt de hub al, jij ook? Gebruik een ambassadeur met wie men zich kan identificeren.
  4. Autonomie
    Gedrag moet voelen als een eigen keuze. We willen verbonden zijn met anderen maar wel onze eigen beslissingen nemen (of in ieder geval het gevoel hebben dat we dat doen). Verplichten van hubgebruik kan het gevoel van autonomie schenden. Beter werkt het om mensen keuzevrijheid te geven, de gewenste opties positief te brengen en de ongewenste opties niet te verbieden maar wel moeilijker te maken.
    Leusden: ‘wij kiezen voor een mix van azijnmaatregelen en honingmaatregelen.’
  5. Zelfbeeld: wat we doen, moet passen bij wie we zijn en willen zijn. Kijk hoe een hub past bij jouw doelgroep. Wat hebben zij voor zelfbeeld?

Tanja: ‘Maak een hub vooral ook leuk! Uiteindelijk gaan mensen niet voor verstandig en nuttig maar voor lekker en leuk. Maak van een hub een fijne plek in een aantrekkelijke omgeving. Een beloning of openingsactie is een prima start om mensen bewust te laten nadenken over hun gedrag en aan te zetten tot anders reizen. Op de lange termijn gaat het echter wel om het samenspel tussen bewust en onbewust; intrinsieke motivatie is belangrijk om gedrag vol te houden.’

‘Maak een hub ook leuk’

Praktijkvoorbeeld

Dordrecht: wat zijn de meest kansrijke locaties voor buurthubs?

Rob: ‘We spraken af welke ruimtelijke en menselijke indicatoren de gemeente belangrijk vindt. Denk aan onder andere bereikbaarheid, parkeerdruk, bevolkingsdichtheid, mogelijkheden voor gemengd gebruik, leefstijlen en inkomens. Kies indicatoren die aansluiten bij wat je beleidsmatig lokaal wil bereiken. Die gegevens verzamelden we uit veel verschillende databronnen en brachten we in beeld. Al die lagen legden we over elkaar heen. Elke grote of kleine gemeente kan hiermee de basis leggen: dit zijn de meest kansrijke plekken om te verkennen voor de vestiging van een buurthub.’ Zwolle: ‘het is best zoeken naar alle data binnen de gemeente maar dat maakt afdelingen ook enthousiast om meer te gaan samenwerken rond buurthubs.’

Heb je ook plannen voor een mobiliteitshub en kun je daarbij wel wat ondersteuning gebruiken? Neem dan contact op met Bastiaan Bretveld voor een vrijblijvend gesprek over de mogelijkheden.

bastiaan.bretveld@enmorgen.nl

Wat je misschien ook interessant vindt