+31 (0)30 215 50 80       Stadsplateau 5, Utrecht

Twee kansen voor stedelijke distributie

Regelmatig koop ik kleding in de binnenstad van Utrecht. Elke dag rijden vrachtwagens en bestelbusjes de binnenstad in en uit om de winkels te voorzien van goederen, waaronder mijn nieuwe kleren. Dit wordt stedelijke distributie genoemd. Stedelijke distributie is een onderwerp waar verschillende partijen met uiteenlopende belangen bij betrokken zijn. Welke handvatten kunnen door overheden gebruikt worden om sturing te geven aan stedelijke distributie? Dat is de vraag waar ik de afgelopen vier maanden een antwoord op heb proberen te geven tijdens mijn afstudeeronderzoek bij &Morgen.

Door Ilse Bink

Leefbaarheid

Om op de vraag een antwoord te geven, is het van belang om te weten waarom gemeenten überhaupt sturen op stedelijke distributie. De beweegredenen om iets te doen aan stedelijke distributie zijn terug te leiden tot de begrippen welzijn (de leefbaarheid van een stad) en welvaart (de economie van een stad), waar zich een spanningsveld tussen bevindt. Deze begrippen staan met elkaar in relatie. Een leefbare stad levert immers geld op en een welvarende stad vraagt om leefbaarheid. Het is de taak van de gemeente om voor een leefbare stad te zorgen. Een stad waar ik en alle andere klanten graag willen verblijven.

Leefbaarheidsproblemen

Op dit moment brengt stedelijke distributie een aantal leefbaarheidsproblemen met zich mee die deze leefbaarheid verminderen, zoals:

  • geluidsoverlast
  • luchtkwaliteit
  • verkeersveiligheid
  • aantasting van de binnenstad
  • congestie

Ik koop niet alleen mijn nieuwe kleding in de winkel, maar zoek ook op internet naar leuke koopjes. Dit is een vorm van e-commerce die nog steeds toeneemt en gevolgen heeft voor de stedelijke distributie. Dit zal naar verwachting voor een toename van het vrachtverkeer in de binnenstad zorgen. Sturing vanuit de gemeenten op stedelijke distributie blijft noodzakelijk.

Wie heeft het roer in handen?

Maar hoe wordt er nou gestuurd op stedelijke distributie? Het Rijk heeft vanaf 2010 de sturing op stedelijke distributie losgelaten. Voor 2010 was er onder andere een Platform Stedelijke Distributie (1995-2003) en een Commissie Stedelijke Distributie (2005-2008). Op dit moment is er geen overkoepelend orgaan meer, de gemeenten doen het nu. De gemeenten pakken de  leefbaarheidsproblemen aan door het inzetten van maatregelen. Uit mijn onderzoek blijkt dat in ongeveer 95% van de gevallen dit vervoersgerichte maatregelen zijn en in maar 5% (!) van de gevallen maatregelen worden getroffen aan de kant van de retailers. De retail-wereld betreft de winkelier die een bestelling plaatst bij de leverancier. De vervoer-wereld betreft de leverancier die de bestelling ontvangt en vervolgens de goederen aflevert bij de winkelier die zich in de binnenstad of het kernwinkelgebied bevindt.

Ik ben langs een aantal winkels in de binnenstad van Utrecht geweest om te vragen hoe zij tegen de problemen rondom stedelijke distributie aankijken. Hieruit blijkt dat bij de meeste winkeliers niet de urgentie ligt bij het probleem rondom stedelijke distributie zelf, of om het met andere winkeliers aan te pakken. “Het hoort er nu eenmaal bij dat wagens goederen bezorgen, we accepteren de overlast”, is de algemene stelling. Over het algemeen doen gemeenten naar mijn mening ook niets om deze urgentie wel bij winkeliers naar boven te krijgen. Ook belangenorganisaties, van vervoerders en verladers, die ik heb gesproken geven aan dat dit niet veel gebeurt.

Deze kant moet je op

Ik ben van mening dat gemeenten het beste kunnen inzetten op het treffen van retail-gerichte maatregelen en het opzetten van een overkoepelend orgaan, waardoor kennis rondom stedelijke distributie onder een grote groep kan worden verspreid. De intrinsieke waarde waar uiteindelijk alle betrokken partijen belang bij hebben is naar mijn inzien een leefbare binnenstad/kernwinkelgebied, waarbij welvaart en welzijn in balans zijn.

De gemeente is hierin de leidende actor. Deze waarde is de basis om te komen tot verandering. Alle partijen moeten het voordeel van verandering inzien en weten waarom ze meehelpen om de problematiek rondom stedelijke distributie te verminderen. Om tot een aantrekkelijke binnenstad te komen, moeten verschillende onderdelen aangepakt worden. Hierbij kan gedacht worden aan herinrichting van de straat, meer groen, maar ook aan stedelijke distributie. Stedelijke distributie is dan ook een onderdeel van het geheel. De gemeente en de winkelier hebben hetzelfde doel voor ogen; een aantrekkelijke binnenstad. De vervoerder en leverancier hebben hier in eerste instantie minder belang bij.

Tref als gemeente retail-gerichte maatregelen is mijn advies. Vanzelfsprekend zijn er belemmeringen aan te merken bij een retail-gerichte sturing. Zelfstandig winkeliers kunnen bijvoorbeeld niet altijd direct invloed uitoefenen op de vervoerder. Ze hebben namelijk te maken met een leverancier die een contract heeft met de vervoerder (waardoor de winkelier niet direct invloed heeft op de keuze van een vervoerder). Toch kunnen ook de zelfstandig winkeliers veranderen, bijvoorbeeld door wijziging van bestelgedrag, samen met andere winkeliers bestellen (als dit dezelfde leverancier betreft), wijziging van het afleveradres et cetera. Hoe efficiënter de winkeliers hun goederen bestellen hoe meer geld dit ook voor hen oplevert. Al met al voldoende ruimte om wel tot een positieve verandering te komen.

Zo werkt het stuur

Hoe kunnen gemeenten het best sturen? Ik ben van mening dat gemeenten het best kunnen inzetten op stimuleren (het ‘willen’, prikkelen van belangen en voorkeuren) en regisseren (het ‘mogen’, legitimeren en ruimte geven aan). Hiervoor is urgentie en motivatie noodzakelijk. Als de gemeente stuurt vanuit het oogpunt stimuleren of regisseren, ontstaat de ontwikkeling uiteindelijk vanuit de markt. Door het prikkelen van belangen en voorkeuren en door mensen de ruimte te geven eigen initiatieven uit te voeren, komt niet alleen een verandering tot stand, maar ook een verandering in gedrag. Er worden dan zowel ‘push’ als ‘pull’ factoren ingezet om een verandering tot stand te brengen.

Doel is om te komen tot beleid waardoor mensen bereid zijn veranderingen aan te brengen, omdat deze uiteindelijk voor hen allen voordelen opleveren, namelijk het streven om samen te komen tot een leefbare binnenstad waarbij welzijn en welvaart in balans zijn.

Deel je kennis over het sturen

Zoals ik al eerder heb beschreven, is er sinds 2010 geen overkoepelend orgaan meer voor stedelijke distributie nadat het Rijk zijn handen van het vraagstuk heeft afgetrokken en de sturing op stedelijke distributie in handen van de gemeente is komen te liggen. Mijn advies is om een overkoepelend orgaan op te zetten. Een overkoepelend orgaan kan er naar mijn mening voor zorgen dat de experimenten die op dit moment in diverse gemeenten met betrekking tot stedelijke distributie worden uitgevoerd en succesvol zijn ook kunnen worden ingevoerd in andere gemeenten. Het wiel hoeft dan niet meerdere keren uitgevonden te worden.

Daarnaast wordt door belangenorganisaties aangegeven dat gemeenten niet altijd over voldoende kennis beschikken om doordachte maatregelen te kunnen nemen. Het is dan ook van belang om dit kennisniveau te verbeteren. Dit overkoepelende orgaan kan het best opgezet worden door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en niet door Transport en Logistiek Nederland of Eigen Vervoerders Organisatie. TLN en EVO vertegenwoordigen immers verladers en vervoerders. Er kan gebruik gemaakt worden van bestaande initiatieven en projecten, zoals Green Deal Zero Emission Stadsdistributie en de website van TLN over stedelijke distributie. Uiteindelijk zal dit overkoepelende orgaan ervoor zorgen dat kennisdeling plaatsvindt.

De twee kansen voor stedelijke distributie

Zoals eerder benoemd, speelt stedelijke distributie zich af op het spanningsveld tussen het welzijn en de welvaart van de stad. Het is van belang dit spanningsveld in evenwicht te brengen. Dit kan ten eerste door het inzetten van retail-gerichte maatregelen. Ten tweede door de instelling van een overkoepelend orgaan dat als verbindend en kennis uitwisselend netwerk bestaat, waarna de gemeenten met de opgedane kennis stimulerend en regisserend met de sturing van stedelijke distributie omgaan. Gemeenten kunnen door de uitwerking van deze twee kansen komen tot een aantrekkelijke binnenstad, waarbij welvaart en welzijn in balans zijn.

 

Meld u nu aan voor de
&Morgen nieuwsbrief