dec 23
goedopweg

Samen op kamelenjacht

Datum: 23 december 2023

Wat kunnen werkgevers doen in spreiden en mijden? 

Vandaag mocht ik van gedachten wisselen met de Economic Board van Utrecht over de vraag wat kunnen werkgevers doen in spreiden en mijden. Als programmamanager “Samenwerking Werkgevers” vanuit Goedopweg werk ik mee aan een duurzaam bereikbare regio Utrecht.  

Elke dag reizen er meer dan 1 miljoen mensen binnen onze regio: voor werk, voor wonen, voor studie of voor recreatie. Samen met inwoners, werkgevers, werkenden, forensen, studenten verduurzamen we de mobiliteit. Want iedereen is nodig om de regio bereikbaar te houden. Het is belangrijk om de mogelijkheden die we daarvoor hebben steeds beter te benutten, want nieuwe infra is niet zomaar aangelegd. Het beïnvloeden van reisgedragsverandering is daarom des te belangrijker 

In mijn bijdrage heb ik 3 kernboodschappen gedeeld: 

  • Werkgevers hebben de meest directe invloed op het reisgedrag van medewerkers, en dus ook op spreiden van reizen. 
  • Spreiden van reizen is de taaiste vorm van reisgedragsverandering. 
  • Alleen ga je sneller, samen kom je verder. 

In deze blog laat ik ieder van de boodschappen graag nog eens de revue passeren. 

Boodschap 1: Werkgevers hebben de meest directe invloed op het reisgedrag medewerkers, en dus ook op spreiden van reizen 

Samenwerken met werkgevers aan het verduurzamen van woon-werk verkeer en andere zakelijk gemaakte kilometers is cruciaal. Ik zet een paar feiten die dat onderstrepen op rij: 

  • Werkgebonden personenmobiliteit vormt 25% van alle reizigerskilometers en nog steeds is meer dan 50% reizen per auto.  
  • 73% van de files in de reguliere ochtendspits zijn met name werkgerelateerd.  
  • In de trein zijn in de ochtendspits bijna 4x zoveel mensen onderweg dan tussen 10:00 en 16.00 uur. 
  • Werkgevers hebben via hun mobiliteitsbeleid, arbeidsvoorwaarden en regelingen directe invloed op medewerkers reizen.

In onze regio zien we al veel mooie voorbeelden waarmee werkgevers hun invloed aanwenden om de spits te mijden. Onderstaande lijst met voorbeelden laat zien dat er legio voorbeelden zijn: 

  • Het stimuleren van hybride werken. 
  • Het invoeren van een variabele beloning op mobiliteit. 
  • Het bieden van een hogere vergoedingen op fietsen.  
  • Het 100% vergoeden van openbaar vervoer.  
  • Het afbouwen van leasewagenparken.  
  • Het stimuleren van deelmobiliteit.  
  • Het niet langer faciliteren van gratis parkeren als je dichter dan 10 kilometer van je werk woont. 
  • Het inzetten van eigen shuttlediensten tussen station en de werklocatie. 
  • Het verhuizen naar stationslocaties. 

Afgelopen jaar realiseerden we daarmee samen bijna 20.000 automijdingen per dag, dat is equivalent aan ongeveer 20.000 ton Co2 reductie per jaar. Even voor het gevoel: dagelijks rijden 165.000 voertuigen over de A2, in de spits betreft het 10.000 voertuigen per uur. Dus stel je voor je staat op een viaduct over de A2, dan zie je bij 20.000 automijdingen 2 uur lang een lege snelweg.  

Ook de komende jaren wordt er gerekend op de inspanningen van werkgevers. Om Utrecht duurzaam bereikbaar te houden is in het Mobiliteitsplan 2040 (UNED) becijferd dat samen met werkgevers nog eens 2% afname gerealiseerd moet worden ten gunste van anders, minder, meer gespreid en duurzaam reizen. Doel is 60.000 automijdingen te realiseren, dus 6 uur lang op datzelfde viaduct naar beneden kijken en geen auto zien. Stringenter parkeerbeleid en anders betalen voor mobiliteit zijn de ingrediënten waar meer op ingezet moet gaan worden. 

Stimuleren om anders en duurzamer te reizen werkt natuurlijk alleen wanneer de alternatieven ook beschikbaar en op orde zijn. Onveilige fietsroutes, afgeschaald openbaar vervoer, en relatief dure deelmobiliteit maken het stimuleren om anders te reizen veel minder effectief. 

Boodschap 2: Spreiden van reizen is wel de taaiste vorm van reisgedragsverandering 

Om een duurzaam bereikbare regio te realiseren kunnen we aan verschillende knoppen draaien: ‘spits mijden’, ‘het spreiden van reizen’ en ten slotte ‘anders reizen’. In mobiliteitsland noemen we dat ook wel mijden, spreiden en anders.  

Afgelopen jaren hebben we gezien dat ‘anders reizen’ steeds meer omarmd wordt door forensen en werkgevers. Dat is een kwestie van blijven stimuleren. Corona was een gamechanger als het gaat om spits mijden. In veel organisaties werd noodgedwongen een begin gemaakt met nadenken en vormgeven van thuis- en hybride werken. Het kan altijd meer, maar ook ‘mijden van reizen’ is in dat opzicht een blijvertje. 

Wat de meest taaie reisgedragverandering is waar we voor staan is nog steeds het ‘spreiden van reizen’. Nederlanders werken nog steeds veel op de dinsdag en donderdag, ook wel de dinsdag-donderdag economie genoemd (of in mijn jargon de kameel). De verklaringen zijn vooral maatschappelijk: we werken veel parttime en zijn liefst woensdag en vrijdag vrij. We zijn graag rond 6 uur thuis om samen om tafel te gaan en voor onze vrijetijdsbesteding. En ook de openingstijden van de kinderopvang maken dat we rond die tijd thuis moeten zijn.   

Dit werkt alles door in het werk. Wie kent dit soort uitspraken niet: 

  • Er is hier nooit iemand op vrijdag, dus ik werk vrijdag thuis.  
  • We kunnen niet overleggen op woensdag, want dan werkt Richard niet.  
  • Om 6 uur gaat hier de deur op slot en dan moet ik eruit en voor half 8 kom ik het pand niet in.  
  • Als Tanja er niet is heeft het voor mij geen zin om er eerder te zijn, want zij moet de dag opstarten – Tanja moet wel in de spits reizen, ik moet opstarten en anders kan de rest niet aan de gang.  

Kortom, er zijn allerlei gewoontepatronen die elkaar in de tang houden.  

Gelukkig zien we in onze regio ook veel mooie initiatieven. Ik noem een paar voorbeelden die in de praktijk werken: 

  • Leidinggevenden die -vooralsnog op persoonlijke titel – buiten de spits reizen en vergaderingen niet plannen op dinsdag of donderdag of juist online. 
  • Directie en bestuursvergaderingen verplaatsen naar woensdag en vrijdag. 
  • Samenwerkdagen organiseren en aantrekkelijk maken op woensdag en vrijdag. 
  • Hogere reisvergoedingen op woensdag en vrijdag. 
  • Hogere thuiswerkvergoedingen op dinsdag en donderdag. 
  • Reizen per trein op vrijdag en woensdag in de eerste klas met bijbehorende vergoeding. 
  • Op vrijdag gratis laden voor e-auto’s. 

Spitsmijden vraagt meer dan een beetje stimuleren. Reizen op dinsdag-donderdag en in de ochtend- en avond spits zijn taaie pieken om te bestrijden. We moeten veel beter met elkaar begrijpen wat de maatschappelijke en culturele patronen zijn die we moeten doorbreken.  

Boodschap 3: Alleen ga je sneller, samen kom je verder 

In onze regio is nog veel potentieel voor mijden, spreiden en anders. Uit de data die we van zo’n 500 werkgevers en hun medewerkers hebben zien we dat 50% van de collega’s binnen 15 km van het werk woont. Daar ligt nog een enorme potentie voor actieve mobiliteit, ofwel op de (elektrische) fiets naar het werk. En zeker niet iedereen kan de overstap naar actieve mobiliteit maken of andere tijden reizen maar een paar procent draagt alweer bij aan een duurzaam bereikbaarder regio. 

We zien in Utrecht dat het loont om als werkgevers gebieds- of branchegericht de handen in een slaan. Kennis delen en dilemma’ s bespreken inspireert en maakt het treffen van collectieve maatregelen mogelijk. Ook merken we dat daardoor kleinere organisaties, die vaak minder mensen en middelen voor mobiliteit hebben hiervan voordeel hebben. Zeker met zoveel MKB in de regio is leren van de buren of branchegenoten dan een effectieve manier. 

Voor taaie materie als spitsmijden hebben we in de regio alle denk- en doekracht nodig. 

Dat de EBU het initiatief neemt samen te werken aan spitsmijden is een mooie opbrengst. Het betekent dat we hiermee samen aan de slag kunnen gaan. Samen op Kamelenjacht. 

Gedragsaanpak helpt bij stedelijke mobiliteitsproblemen

De mens staat centraal bij het effectief oplossen van de mobiliteitsuitdagingen waar we voor staan. En daarvoor is het essentieel om gedrag echt te begrijpen. Lees verder over onze aanpak voor gedragsverandering in deze visiepaper.

Foto’s door Leonard Walpot

Gedragsaanpak helpt bij stedelijke mobiliteits- problemen

De mens staat centraal bij het effectief oplossen van de mobiliteitsuitdagingen waar we voor staan. En daarvoor is het essentieel om gedrag echt te begrijpen. Lees verder over onze aanpak voor gedragsverandering in deze visiepaper.

Wat je misschien ook interessant vindt